Om onze hond te belonen, gebruiken we vaak een koekje. Het is makkelijk en ook gebruikelijk. Maar is een koekje voor iedere hond eigenlijk wel de meest waardevolle beloning? Dat blijkt niet zo te zijn. De ene hond wordt helemaal gelukkig van een balletje, de andere wil niets liever dan ergens met zijn neus rondzoeken en weer een andere hond vindt het fantastisch om achter iets aan te mogen rennen. Als we onze hond willen belonen voor gedrag, is het daarom interessant om eens te kijken naar wat onze hond van nature graag doet. Honden zijn in de loop van de geschiedenis gefokt voor allerlei verschillende taken. En hoewel onze huishonden allang niet meer iedere dag hoeven te doen waarvoor hun voorouders werden gefokt, zijn die gedragsneigingen niet zomaar verdwenen.
Van jagen tot zoeken
Op het plaatje van Lili Chin zie je de verschillende onderdelen van het natuurlijke jachtgedrag van een hond. Een hond kan bijvoorbeeld graag zoeken, oriënteren, focussen, stalken, achter iets aanjagen, iets pakken, vasthouden, schudden of iets uit elkaar halen. Niet iedere hond doet al deze onderdelen even sterk. Juist daar zit voor mij de interessantste informatie. Belangrijk is dus om te ontdekken: Waar wordt jouw hond nu écht blij van? Een Border Collie die urenlang bewegingen van anderen in de gaten houdt, heeft misschien veel meer plezier in een opdracht waarbij hij moet kijken en sturen dan in eindeloos balletjes apporteren. Een terriër kan juist enorm gemotiveerd raken van iets pakken en uit elkaar trekken. En een retriever kan het fantastisch vinden om iets op te pakken en bij jou te brengen. Het schema van Lili Chin is daarbij geen strak rasrecept: zij benadrukt juist dat predatoir gedrag niet volledig rasgebonden is en dat individuele honden behoorlijk kunnen verschillen.
Welk ras heb jij eigenlijk?
Wil je hier wat meer over weten, begin dan eens met het ras van jouw hond. De Raad van Beheer heeft een heel overzichtelijke website waarop je alle FCI-hondenrassen kunt opzoeken. Je kunt daar per ras zien bij welke rasgroep het hoort. Er zijn tien FCI-rasgroepen, waaronder Herdershonden en Veedrijvers, Terriërs, Dashonden, Lopende honden en Zweethonden, Staande honden, Retrievers/Spaniels/Waterhonden en Windhonden. De Raad van Beheer geeft daarbij aan dat rassen binnen een rasgroep vaak een gezamenlijk gebruiksdoel en daardoor bepaalde eigenschappen en karaktertrekken hebben.
Bekijk hier alle hondenrassen bij de Raad van Beheer
Maar wat moet ik daar dan mee?
Stel dat je een hond hebt uit een type dat oorspronkelijk veel met jacht en zoeken deed. Dan kan snuffelen en zoeken een enorm waardevolle beloning zijn. Je kunt bijvoorbeeld na een oefening zeggen: “Zoek!” en je hond even laten zoeken naar voertjes in het gras. Bij een hond die sterk gericht is op achtervolgen, kan een gecontroleerd jacht- of lokspel met een speeltje veel waardevoller zijn dan een brokje. Een hond die graag iets met zijn bek doet, kun je juist belonen met een kort trekspelletje of door iets te laten apporteren. Bij een hond die graag samenwerkt en op jou gericht is, kan juist samen rennen, een oefening doen of een nieuw spelletje ontdekken een fantastische beloning zijn. En bij een hond die enorm geniet van snuffelen, kan een paar minuten vrij snuffelen soms een veel grotere beloning zijn dan een koekje. De beloning hoeft dus niet altijd voedsel te zijn.
Kijk naar je eigen hond
En daarnaast blijft belangrijk: kijk naar je hond in plaats van alleen naar zijn ras. Het kan best zijn dat je een retriever hebt die nauwelijks geïnteresseerd is in apporteren. Of een herdershond die helemaal niets heeft met een balletje. Misschien heb je een kruising waarvan je geen idee hebt welke rassen erin zitten, maar zie je ondertussen heel duidelijk dat jouw hond dol is op rennen, zoeken, trekken of dingen verzamelen. Dan heb je eigenlijk al belangrijke informatie. Let eens op wat jouw hond uit zichzelf kiest wanneer hij vrij mag kiezen. Waar gaat hij sneller van lopen? Waar blijft hij langer mee bezig? Waar komt hij steeds opnieuw naar terug? En vooral: wat lijkt hij echt leuk te vinden en niet alleen maar te doen omdat er een koekje tegenover staat?
Belonen wordt dan samenwerken
Wanneer je dit gaat gebruiken in de training, wordt belonen eigenlijk een vorm van communicatie. Je zegt niet alleen: “Hier heb je een koekje omdat je het goed hebt gedaan.” Je zegt als het ware: “Ja! Dít gedrag bedoel ik. En omdat je dit zo fantastisch deed, mag je iets doen wat jij geweldig vindt.” Dat kan een stukje voer zijn, maar ook een zoekopdracht, een trekspel, een sprintje samen, achter een speeltje aan mogen, snuffelen of even lekker met elkaar spelen. Je hond bepaalt uiteindelijk zelf wat voor hem een beloning is.
En misschien ontdek je dan ook waarom een oefening bij de ene hond fantastisch werkt en bij de andere hond helemaal niet. Niet omdat de ene hond “goed kan trainen” en de andere “geen zin heeft”, maar omdat we nog niet de juiste ingang hebben gevonden. Vertragen met je hond betekent soms ook: eerst eens kijken wat hij zelf vertelt.
Thuis aan de slag
Kies deze week één moment waarop je niet gaat trainen, maar alleen gaat observeren.
Mijn hond kiest graag voor:
Zoeken – snuffelen – rennen – achtervolgen – pakken – trekken – dragen – schudden – graven – kijken – samenwerken – iets oplossen – contact met mij – iets anders.
Kijk vervolgens welke drie dingen jouw hond het allerliefst doet. Probeer daarna één van die drie dingen als beloning te gebruiken tijdens een gewone oefening. Bijvoorbeeld: “Hier” → komen → “braaf” → samen een stukje rennen. Of: “Af” → af liggen→ “braaf” → zoek.
Zo ontdek je stap voor stap waar je hond blij van wordt en hoe je dit kunt inzetten om je hond iets aan te leren. Als je hond met iets beloont dat past bij zijn instinct of zijn passie, dan leert hij sneller en hij vindt het veel leuker. En waarom zou je iets niet doen als het heel leuk is?!
Reactie plaatsen
Reacties